Klaus: "Iemand die verder kijkt dan de enge oplossing van het probleem."
Luc: "Stefaan is een echte VOLKSvertegenwoordiger voor onze mensen en onze streek."
Redactie De Standaard: "Verzet in de luwte heel wat werk. Een kamerlid met focus."
Geert: "Op Stefaan doe je nooit tevergeefs beroep."
Wim: "Stefaan is nog uit het goede hout gesneden: zien, oordelen en handelen."
Johan: "Betaalbaar wonen is één van Stefaans bijzondere aandachtspunten."
Lisette: "Eerlijk, gedreven, sociaal, luisterbereidheid en doorzettingsvermogen."
Jos: "Altijd een warme betrokkenheid."
Klaus: "Iemand die verder kijkt dan de enge oplossing van het probleem."
Lees meer >>

Aan tafel in 1-2-3euro.

20 juli 2017

Op de OCMW-Raad van 17 juli werd beslist  op in het kader van (kinder)armoedebestrijding in te stappen in een nieuw samenwerkingsverband. Nadat het OCMW al eerder een samenwerking met Delhaize opstartte komt er nu ook een samenwerking met de Colruyt.

Maaltijden van maximum 3 euro voor kansarme gezinnen

Gezinnen met thuiswonende kinderen met een OK-pas zullen in de Colruyt de ingrediënten voor recepten kunnen kopen waarbij zij gegarandeerd nooit meer dan 1, 2 of 3 euro per portie zullen betalen.

De Colruyt zal hiervoor  elke 14 dagen een budgetvriendelijk receptenboekje opmaken dat 6 gemakkelijke en kindvriendelijke recepten bevat. Elk recept geldt voor 3 porties en kost gegarandeerd niet meer dan 1,2 of 3 euro per portie. De klant weet vooraf wat hij zal betalen aan de kassa. Elk recept bevat bovendien tips om restjes van de maaltijd te verwerken zodat overschotjes nuttig kunnen  gebruikt worden. Er worden ook tips gegeven om de kinderen in de keuken te laten helpen. Af en toe wordt er een gratis product gegeven om te gebruiken in de keuken.

Het receptenboekje wordt om de 14 dagen thuis toegestuurd aan diegenen die zich inschrijven voor dit receptenboekje. De gebruikers hebben geen aankoopverplichting en er worden geen bijkomende promoties opgezet voor deze groep.

 

Het OCMW zal enkel gezinnen met kinderen met een OK-pas toelaten tot dit project. Dit zijn gezinnen met een zeer laag inkomen dat onder de Europese armoedegrens ligt. Dit project past volledig in onze aanpak van kinderarmoede in onze stad.

Het is de bedoeling dat dit  later ook gekoppeld wordt  kookdemonstraties en budgetkoken. In het lokaal dienstencentrum De Vesting gebeurt dit nu al regelmatig.

Dit nieuw project sluit ook naadloos aan bij een vroeger initiatief van de sociale dienst van het OCMW die, samen met de cliënten, een goedkooprecepten kookboek uitbracht.

 

Samenwerking OCMW met Delhaize en Colruyt is complementair

De samenwerking met de Colruyt is complementair met de samenwerking met Delhaize Oudenaarde. Daar worden dagelijks de bijna vervallen producten opgehaald door vrijwilligers, ingevroren en gratis ter beschikking gesteld van de Ok-pas gebruikers in de sociale kruidenier de Kaba.

De sociale kruidenier is onlangs verhuisd van de gebouwen in het oud klooster op het bisschopskwartier naar de site van het Sociaal Huis op de Meerspoort. Men voorziet de opstart van het project met de Colruyt in september.

5600 EURO voor diverse goede doelen!

6 juli 2017

Het meiavondfeest was ook dit jaar een groot succes met meer dan 1100 aanwezigen. Het is een goede traditie om met de opbrengst van het feest enkele goede doelen te steunen. Zo kon ik woensdagavond 5 juli de cheques overhandigen aan de diverse goede doelen. Dit jaar schonk ik 1000 euro aan de Vaderschiro Eine voor de bouw van een nieuw chirolokaal,  1000 euro aan KSA Mater tevens voor de bouw van een nieuw lokaal, 600euro aan Museumnacht  & 3000 euro aan Toumaï, een project van de zusters Bernardinnen voor de bouw van een schooltje en aankoop van nieuw schoolmateriaal in Rwanda.

Kinderopvang voor personeel in sociaal huis Oudenaarde

6 juli 2017

Woensdag 5 juli ging in het sociaal huis op de site van de Meerspoort een nieuwe kinderopvang open. Het is een van de externe partners die naar het Sociaal Huis komt.

Een voltijdse en twee deeltijdse onthaalouders zullen er in een eerste fase 14 kindjes opvangen. Tegen september zou er eventueel een uitbreiding kunnen komen naar 3 voltijdse onthaalouders die in totaal 18 kindjes zouden opvangen.

Het betreft een uniek samenwerkingsverband tussen het OCMW en de dienst Onthaalouders van de stad Oudenaarde.  Er wordt hiermee ook ingespeeld op een nieuwe trend in de kinderopvangsector. Naast opvang bij een individuele onthaalouder thuis zijn er nu steeds meer onthaalouders die met twee of drie samenwerken op een externe locatie. Zo kunnen zij  zich ook beter organiseren om ook af en toe eens vrij te hebben of late en vroege uren te verdelen onder elkaar. Dit is het zesde samenwerkingsverband van onthaalouders in de stad Oudenaarde.

Het OCMW stelt een volledig aangepaste infrastructuur ter beschikking en met dit samenwerkingsverband kunnen we ook voor het zorgpersoneel iets extra’s doen. De afspraak is immers  dat voor de opvang van kindjes er voorrang wordt gegeven aan het zorgpersoneel dat hier op de site werkt. Zo maken we het de mensen die hier op onregelmatige uren moeten werken in het woonzorgcentrum gemakkelijker om werk en gezin te combineren.

 

Reportage AVS:

http://www.avs.be/avsnews/nieuwe-kinderopvang-de-oogappel

 

Opiniestuk Knack 05/07/2017: “50 plussers te duur vals argument”

5 juli 2017

“Het zou niet de eerste keer zijn dat het axioma van de te dure 50-plusser gebruikt wordt als uitgangspunt om andere belangen te dienen… “

Lees meer via volgende link:

http://www.knack.be/nieuws/belgie/50-plussers-te-duur-vals-argument/article-opinion-874281.html

 

 

Tarieven  NMBS-parkings: “Het is nog veel erger dan ik dacht”

26 juni 2017

In Oudenaarde betaalt men 76% meer voor een slecht onderhouden & open parking.

Vorige week kaartte ik de veel te hoge parkeertarieven aan voor de NMBS-parkings in Oudenaarde, Deinze, Waregem en Zottegem. Hoge parkeertarieven die er toe geleid hebben dat de parkings soms maar voor 1/3 bezet zijn.

Aangezien de minister aangaf in zijn antwoord op mijn parlementaire vraag dat de NMBS bereid is om met de steden te overleggen over een aanpassing van de parkeertarieven voor de NMBS-parking ging ik zelf eens gaan kijken hoe het eigenlijk zit met die parkeertarieven voor alle andere NMBS-parkings in ons land.

En wat blijkt?

Voor de 77 NMBS-parkings zijn er meer dan 10 verschillende systemen van tarieven, waarbij absoluut niet duidelijk is welke criteria men hanteert om die tarieven vast te stellen. Zo is het tarief voor een jaarabonnement op de duurste parking (Luik-Guillemins (698.40€) tot 358% duurder dan dat van de goedkoopste parking (Oostende, Bergen, Roeselare (195€)).

Het is ook duidelijk dat voor de parking in Oudenaarde een van de duurste parkeertarieven wordt gehanteerd en dat dan voor een van de grootste pendelregio’s van dit land. Begrijpen wie kan. Het wordt nog erger als ik de vergelijking maak met de NMBS-parking van Oostende bijvoorbeeld. Dat is een ondergrondse parking voor 600 wagens. Dat is een volledig nieuwe gebouwde parking , een gebouw, comfortabel, en de auto’s beschut tegen  weer en wind.

Een treinreiziger in Oudenaarde betaalt 76% meer voor een jaarabonnement dan een treinreiziger in Oostende (342.80€ tov 195€), voor een maandabonnement is dit 64% (32,80€ tov 20€).

Daarnaast blijkt zelf dat een niet-treinreiziger in Oostende minder betaalt per maand dan een dagelijkse pendelaar in Oudenaarde. (30€ tov 32.80€). Dit komt omdat er in Oostende een “park and work” tarief is ontworpen voor mensen die in Oostende werken en hun auto kunnen parkeren op de NMBS-parking.

Dit is onvoorstelbaar en ongehoord discriminerend ! We spreken dan in Oudenaarde over een open parking die slecht onderhouden wordt door de NMBS en waar de verlichting niet direct het meest veilig gevoel geeft aan de pendelaar die laat thuis komt. Na deze vergelijking gemaakt te hebben, moeten én kunnen de parkeertarieven in Oudenaarde dringend naar beneden.

Ik zal de minister opnieuw vragen stellen om duidelijkheid te geven hoe de NMBS tot deze zeer ondoorzichtige parkeertarievenstructuur is gekomen en welke criteria hiervoor gehanteerd werd.

 

 

Lage bezettingsgraad op betaalparkings NMBS in onze regio.  

15 juni 2017

Door de invoering van het betalend parkeren op de stationsparkings  is de bezettingsgraad gedaald tot 34% in Deinze , 41% in Waregem en 44% in Oudenaarde.

Die cijfers komen van de NMBS zelf en werden mij medegedeeld  in een antwoord op een parlementaire vraag daarover aan minister Bellot.

Ik hekelde bij de bevoegde minister dat pendelaars die aangewezen op de auto omwille van het gebrekkig openbaar vervoer in de Vlaamse Ardennen door het invoeren van betaalparkings nu ook nog eens financieel bestraft worden. 

Hierdoor verhoogt men de drempel om van het openbaar vervoer gebruik te maken, terwijl men net het gebruik van het openbaar vervoer zou moeten faciliteren door het pendelaar gemakkelijker te maken.

De NMBS is van plan haar parkeerstrategie aan te houden,  maar laat toch ook de deur open voor een gesprek met de gemeenten om over  de prijzen in overleg te gaan. 

Door in alle geval de prijzen  te verlagen zou men al een eerste stap in de goede richting zetten.

De NMBS wijst er ook nog op dat 30% van de vroegere gratis parkeerders op minder dan 3 km van het station woont en dat de gratis parking haar doel dus volledig miste omdat de echte pendelaars geen parkeerplaats meer vonden doordat heel veel buurtbewoners die parkeerplaatsen in namen. Nog volgens de NMBS zou het aantal pendelaars dat met de fiets naar het station komt door de betaalparkings zijn toegenomen.

 

Reportage AVS:

http://www.avs.be/avsnews/nmbs-wil-praten-over-parkeertarieven

 

Fietsen zonder Leeftijd!

1 juni 2017

Op zondag 4 juni 2017 gaat onder impuls van een aantal vrijwilligers voor de eerste keer in Oudenaarde ‘Fietsen zonder Leeftijd’ door.

Het project.

‘Fietsen zonder Leeftijd’ is een project dat in 2013 werd bedacht door de Deen Ole Kassow. Toen hij besefte hoeveel minder mogelijkheden oudere mensen hebben om eens buiten te komen of om grotere afstanden af te leggen, voelde hij zich geroepen om daar iets aan te doen. Hij bouwde een oude bakfiets om tot een soort riksja-fiets waarin twee volwassen passagiers kunnen plaatsnemen en begon met ouderen rond te fietsen. Zijn project was aanvankelijk heel lokaal georiënteerd, maar het sloeg aan en drie jaar later is het een wereldwijd verspreid concept. Ook in Vlaanderen werd het idee opgepikt en nu dus voor het eerst in Oudenaarde.

Met en door vrijwilligers

Oudenaardist Dimitri Muylle las hierover en stelde de vraag aan woonzorgcentrum Meerspoort of we hiervoor wilden samenwerken.  “De bedoeling van ‘Fietsen zonder Leeftijd’ is heel eenvoudig: vrijwilligers nemen ouderen op een speciaal hiervoor uitgeruste fiets (met elektrische ondersteuning) mee op fietstocht. De ouderen krijgen de kans om nog eens door hun stad te fietsen, herinneringen op te halen wanneer ze langs bekende plaatsen komen of gewoon te genieten van de omgeving. En als vrijwilliger geniet je natuurlijk mee.”, voegt Dimitri als motivatie toe.

Fietsen zoeken

Vanuit de OCMW-raad werd beslist dit project te ondersteunen. Bovendien hebben wij er kunnen voor zorgen dat door onze goede samenwerking met de Thuiszorgwinkel er gratis fietsen ter beschikking zijn voor dit initiatief. Daarnaast hopen wij dat er misschien ook een soort fondsenwerving kan worden opgestart zodat we de mogelijkheid krijgen om zelf een fiets aan te kopen op termijn.

Fietsweek

De fietsen zijn in het woonzorgcentrum sinds 24 mei. Nele De Clercq, directeur, licht toe: “dit maakte het voor ons mogelijk een ganse themaweek rond de fiets in elkaar te steken. Er werden een aantal ritten voorzien tussen Meerspoort en Scheldekant en families kregen de kans om de fiets te reserveren om samen met hun familielid een tochtje te maken. Het mooie weer van deze week, maakt het natuurlijk extra leuk. Onze bewoners hopen alvast dat er middelen kunnen gevonden worden om minstens één fiets aan te kopen want zij genieten met volle teugen van deze tochtjes.

 

 

 

Pensioenen worden groot probleem voor gemeenten

31 mei 2017

De pensioenen van de lokale ambtenaren zullen ook de komende jaren worden uitbetaald, verzekerde pensioenminister Daniel Bacquelaine (MR) dinsdagnamiddag (30/5) op mijn parlementaire vraag. Alleen zullen de gemeenten, die het pensioen voor hun vastbenoemde personeel zelf moeten betalen, het serieus voelen. Niet alleen door de vergrijzing, overigens.

Omdat ze veel kosten, werven lokale overheden steeds minder statutairen aan, waardoor de groep die op zijn loon ook pensioenbijdragen betaalt kleiner en kleiner wordt. Om dat te compenseren betalen veel gemeenten met weinig statutairen een extra bijdrage, de zogenaamde responsabiliseringsbijdrage.

Maar omdat de piek van gepensioneerden tegen 2022 te verwachten valt, zal die bijdrage de komende jaren met 471 miljoen euro stijgen. Een flinke hap voor de gemeenten die het nu al moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. “Ik ben daar zeer bezorgd over. Het is overigens ook niet correct dat de pensioenlast wordt afgeschoven op de gemeenten. Vlaanderen moet de pensioenen van zijn ambtenaren niet zelf betalen”.

Het is echter nog niet alles. Het potje met responsabiliseringsbijdragen zit ondertussen volledig door zijn reserves. Er is volgens het Beheerscomité van de pensioenen van de provinciale en plaatselijke besturen nu al een gat van 100 miljoen euro. Dat zal dit jaar nog kunnen worden opgelost, maar vanaf volgend jaar wil minister Bacquelaine de steden en gemeenten sneller laten betalen. Terwijl er nu twee jaar tussen de factuur en de betaling zit, zal er straks maandelijks moeten worden betaald én moet het gat worden gedicht. Gevolg: nog eens extra factuur van 700 miljoen euro. Het gaat voor alle duidelijkheid om centen die ze sowieso moeten betalen, maar die ze nu dus een pak sneller moeten ophoesten.

Volgens Marijke De Lange van de Vlaamse Vereniging voor Steden en Gemeenten (VVSG) is het de weg van het minste kwaad. Maar ook zij wijst erop dat gemeenten in vergelijking met andere overheden veel meer moeten betalen. “Vooral voor de ziekenhuizen is het een molensteen rond de nek. Zij moeten nu al elke euro twee keer omdraaien en hebben minder vastbenoemden in dienst.” Volgens mij zal de factuur voor sommige gemeenten en ziekenhuizen verdrievoudigen.

Het Nieuwsblad 30/5

De integrale tussenkomst van mijn vraag en het antwoord van de minister vindt u hieronder terug:

04.02  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, in 2011 hebben wij de wet met betrekking tot de financiering van de lokale ambtenarenpensioenen goedgekeurd.

U hebt het daarnet al gehad over de basispensioenbijdrage en de responsabiliserings­bijdrage. De factuur voor de responsabiliserings­bijdrage voor de gemeenten wordt twee jaar na datum betaald. Dat werd zo afgesproken. Dit zorgt blijkbaar voor problemen in het thesauriebeheer van het Gesolidariseerd Pensioenfonds.

U hebt dit daarnet al bevestigd. De vraag is op welke termijn de thesaurietekorten te verwachten zijn. Ik heb gehoord dat men al vanaf september 100 miljoen euro tekort zou hebben, waardoor 50 000 ambtenaren geen pensioen meer uitbetaald zouden krijgen. Dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn.

Mijnheer de minister, wanneer zullen de problemen met de thesaurie rijzen? Ik ga ervan uit dat het beheerscomité zich hierover ook al gebogen heeft. Welke maatregelen zult u nemen om de thesaurietekorten op te vangen? Hoe zult u garanderen dat alle pensioenen steeds zullen worden uitbetaald? Bij een ongewijzigd beleid zult u volgens mij in de problemen komen.

Dit zal voor de gemeenten natuurlijk een enorme uitdaging zijn, want de factuur zal uiteindelijk toch naar de lokale besturen gaan. Het is dan nuttig om te weten hoe de pensioenfactuur zal evolueren. Dit gaat nu over de pensioenen van 2017, maar men verwacht een evolutie in de uitgaven in de komende jaren. Wat is dus de evolutie van de pensioenfacturen voor de periode 2017-2025? De gemeentebesturen moeten hun meerjarenplannen immers elk jaar bijsturen. Welk bedrag aan responsabiliseringsbijdragen zal aan de lokale besturen per jaar worden gevraagd voor de periode 2017-2025?

Ik ga ervan uit dat u het probleem van het te laat innen van de bedragen wilt oplossen door het vroeger innen van de facturen. Dat zal natuurlijk ongelooflijke gevolgen hebben voor de financiële draagkracht van de lokale besturen. Welke maatregelen zult u nemen om de periodiciteit van de inning van de responsabiliseringsbijdrage aan te passen en de daaraan gekoppelde verschuiving te verhelpen? Welke gevolgen zal dit hebben voor de lokale besturen? Welke overeenkomsten zult u sluiten met de lokale besturen opdat dit voor hen haalbaar blijft in de toekomst?

 

04.03  Daniel Bacquelaine, ministre: Monsieur le président, chers collègues, le Fonds de pension solidarisé connaît effectivement des problèmes de trésorerie qui sont dus à la périodicité de la perception de la cotisation de responsabilisation.

Ces difficultés ne remettent pas en cause l’équilibre financier du Fonds, puisque la loi du 24 octobre 2011 a organisé un régime de self-supporting. Ce n’est donc pas un problème de financement mais bien un problème de trésorerie qui est lié au décalage entre les recettes de cotisation de responsabilisation et la couverture des charges de pension.

Om een einde te maken aan de thesaurieproblemen, die enkel de zogenaamde geresponsabiliseerde gemeenten betreffen, heeft het beheerscomité voor de lokale pensioenen de voorstellen van de administratie goedgekeurd die, enerzijds de maandelijkse betaling van de responsabiliseringsbijdrage beogen en, anderzijds het over verschillende jaren heen versnellen van het innen van de responsabiliseringsbijdrage om ervoor te zorgen dat de uitgaven van het jaar met de inkomsten van datzelfde jaar overeenkomen.

Bien entendu, cette régularisation sera très progressive, car on ne peut pas mettre les communes devant une impossibilité de faire face à leurs dépenses. Mais il est impossible de faire autrement, puisque le système est self-supporting. Personne, ni le gouvernement fédéral, ni les gouvernements régionaux, ne viendra mettre des fonds dans le système. En tout cas, à ma connaissance, personne ne s’est déclaré volontaire pour dégager de nouveaux moyens budgétaires.

De plus, à mon sens, cela relève de la responsabilité des gouvernements régionaux, puisque c’est l’application des politiques par les pouvoirs locaux eux-mêmes qui ont conduit à la situation actuelle. Ce sont des choix politiques qui, à un moment, ont été posés dans la gestion des pouvoirs locaux et qui ont fait qu’on a nommé de moins en moins … C’est une politique délibérée. Tout cela ne vient pas du hasard: les pouvoirs locaux ont décidé de payer de moins en moins de cotisations en disant: “On s’en fout, on nommera des agents peu avant leur pension et ils auront de toute façon la pension complète à charge de l’État.” C’était cela, le raisonnement, il faut bien l’avouer! Et cela va évidemment être revu.

L’évolution sera donc très progressive. Pendant quelques années, les pouvoirs locaux devront effectivement payer la facture de l’année précédente et, déjà, une partie de la facture mensuelle de l’année en cours. Il n’y a donc pas de majoration de la facture de responsabilisation, mais bien une perception qui sera progressivement anticipée selon les propositions qui seront approuvées par le comité de gestion. C’est le comité de gestion, avec les pouvoirs locaux, qui va déterminer la façon dont ce rattrapage sera organisé. Les Unions des villes et communes seront donc parties prenantes dans le système déterminé par le comité de gestion.

Ces propositions ne prévoient d’ailleurs pas – c’est important de le dire – d’augmentation de la cotisation de base alors que si on appliquait strictement la loi, on pourrait considérer que, parce que l’équilibre n’est atteint que par les fonds de réserve, on pourrait augmenter la cotisation de base. C’était d’ailleurs ce que la loi prévoyait. Si on avait laissé les choses évoluer, la cotisation de base pouvait devenir, selon les projections de l’ORPSS, extrêmement élevée et atteindre des pourcentages complètement impayables par les communes. Nous voulons éviter cela.

Les difficultés sont donc temporaires et n’auront pas d’impact sur le paiement – je veux être très clair sur ce point – des pensions des anciens agents statutaires des pouvoirs locaux. Les pensions devront et continueront à être payées.

Quant à l’incitant qui sera mis en place, cela ne change rien au mécanisme légal qui prévoit que le paiement des pensions est entièrement financé par les cotisations de base et les cotisations de responsabilisation versées par les autorités locales.

Enkel de verdeling van de kosten van de responsabilisering zal worden aangepast door aan het groeiend aantal geresponsabiliseerde gemeenten, die de keuze hebben gemaakt om contractuelen te werk te stellen, toe te laten gemakkelijker een aanvullend pensioen aan te bieden aan deze contractuelen.

Je tiens à disposition de la commission un tableau reprenant l’évolution de la facture des pensions des administrations locales pour la période 2016-2022, l’évolution du coefficient de responsabilisation ainsi que du montant de responsabilisation par année pour la même période. En 2022, le coefficient de responsabilisation devrait être de 75 %, ce qui est très élevé. On passerait d’un montant de 330 millions pour 2016 à un montant de 800 millions pour 2022. C’est le résultat de l’application de la loi.

Quand on a voté cette loi, on espérait que cela allait inciter les communes à nommer plus mais on s’est rendu compte que cela a eu l’effet inverse. Il y a donc un problème quelque part. Je pense que nous devons être attentifs à ce phénomène. Je rappelle néanmoins que ce n’est pas un problème de financement, c’est essentiellement un problème de trésorerie. Les propositions de l’administration relatives à la trésorerie n’ont pas d’impact sur l’évolution du taux de responsabilisation. Toutes les mesures prises en exécution de la loi du 24 octobre 2011 sont du ressort du Comité de gestion des pensions locales, où sont représentées les unions des villes et communes des trois Régions, ainsi que les représentants syndicaux, et c’est à cet endroit que la concertation a eu lieu dans le dossier qui nous occupe.

04.05  Stefaan Vercamer (CD&V): Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord.

Met het oog op een oplossing hebt u weliswaar de principes naar voren gebracht, de maandelijkse bijdrage en een inhaalbeweging van de te late inning van facturen, wat progressief moet worden doorgevoerd, en dat zijn waarschijnlijk wel goede principes, maar dat zal concreet moeten worden vertaald naar de gemeenten. De gemeenten moeten dus wel budgetten opstellen voor 2018 en voor de twee daaropvolgende jaren in het kader van de meerjarenplanning die zij opgelegd krijgen. Wanneer zult u daarover heel concrete simulaties kunnen bezorgen aan de gemeenten? Dat is een eerste bemerking.

Ten tweede, ik dacht dat de manier van innen ook in de wet omschreven staat. Volgens mij zult u dus ook een wetswijziging nodig hebben om die principes te kunnen doorvoeren.

Voor de gemeenten zal dat een dubbel effect hebben. Zij zullen ten eerste hogere bijdragen moeten betalen en ten tweede extra moeten betalen, vanwege het inhalen. Voor veel gemeenten zal dat onbetaalbaar worden.

U zegt dat het ook te maken heeft met de benoemingspolitiek en dat klopt, maar ik wil uw aandacht wel vestigen op de openbare ziekenhuizen, voor wie die methodiek van werken rampzalig zal zijn. Na een afspraak met collega De Block werd in de regelgeving voorzien dat de openbare ziekenhuizen vanuit het BFM een tegemoetkoming kunnen krijgen voor de kosten van de responsabiliseringsbijdrage, op voorwaarde dat het gemiddeld aantal statutairen daalt. Minister De Block heeft die regel net ingevoerd met een afbouw van het aantal statutairen als doel. Er zit dus een discrepantie tussen wat minister De Block aan de openbare ziekenhuizen vraagt en wat u zegt, namelijk dat de factuur lager is naarmate er meer statutairen benoemd zijn, waarin u gelijk hebt. Ik denk dat u daarover toch ook eens zult moeten overleggen met uw collega.

Het enige geruststellende in uw antwoord is dat alle pensioenen uitbetaald zullen blijven worden. Dat is zo ongeveer het enige geruststellende, want voor de rest ben ik, op basis van het antwoord dat wij gekregen hebben, zeer ongerust voor de financiën van de lokale besturen.

 

 

Gedaan met oneerlijke behandeling van grensarbeiders

29 mei 2017

Belgische grensarbeiders zijn personen die een job uitoefenen op het grondgebied van een ander land dan waar men gewoonlijk verblijft. Door de unieke situatie van grensarbeiders lopen ze vaak bepaalde voordelen mis die arbeiders op Belgisch grondgebied wél hebben. Samen met collega’s Servais Verherstraeten, & Roel Deseyn hebben we drie wetsvoorstellen ingediend die de discriminaties in de huidige fiscaliteit en pensioenwetgeving wegwerken.

“Een rechtvaardige fiscaliteit heeft oog voor de onbedoelde ongelijke behandeling van sommige Belgen. We zetten de situatie van grensarbeiders bij deze voor een groot stuk recht.”

 

Gezinstoeslag voor kinderen ten laste: recht soms niet toegekend

Een gezin met personen ten laste dat uitsluitend werkt en woont in België krijgt een verhoging van de belastingvrije som naar gelang het aantal personen ten laste. Werkt echter één van beide ouders in een ander land met een gelijkaardig systeem maar met tegenstrijdige voorwaarden, dan is het mogelijk dat geen van beide echtgenoten een verhoging of gezinstoelage krijgt. Hoe dit komt? Kinderen kunnen slechts éénmaal fiscaal ten laste genomen worden. Als ouders niet samen worden belast – bijvoorbeeld bij feitelijke samenwoners – dan kunnen ouders zélf bepalen wie gezinshoofd is en inspelen op de grootte van het fiscale voordeel. Worden ouders echter geconfronteerd met een gemeenschappelijke aanslag – bij huwen of wettelijk samenwonen – bepaalt de wet automatisch dat de toeslag op de belastingvrije som van toepassing is op de echtgenoot met het hoogste belastbare inkomen. Dat kan er toe leiden dat de gezinstoelage verdwijnt, indien deze persoon in het buitenland wordt belast op zijn inkomen terwijl de echtgenoot of wettelijk samenwonende partner met het laagst belastbare inkomen in België wordt belast. Omdat stelsels in buurlanden niet op elkaar zijn afgestemd, kan het zijn dat beide ouders de aanspraak op een verhoging van hun belastingvrije som wegens kinderlast mislopen (zie toelichting wetsvoorstel voor meer info). Ook het Europees Hof van Justitie gaf in een cruciaal arrest aan dat het gelijkheidsbeginsel in dergelijke situaties geschonden wordt[1], daarin gevolgd door het Belgisch Grondwettelijk Hof en het Hof van Beroep Antwerpen.

Dit wetsvoorstel heft de discriminatie op zodat gezinnen met grensarbeiders altijd dezelfde belastingvermindering krijgen, ongeacht of ze gehuwd of samenwonend zijn. Grensoverschrijdende situaties mogen niet resulteren in een ongelijke fiscale behandeling van gezinshoofden. De voorgestelde wijziging zorgt er natuurlijk voor dat het voordeel dat men geniet nooit groter kan zijn indien beide inkomens in België belastbaar zouden zijn.

 

Opzegvergoedingen mogen niet resulteren in een hogere belastingschaal

Een tweede probleem waarmee grensarbeiders geconfronteerd worden, situeert zich op vlak van opzegvergoedingen. De Belgische regelgeving (art. 171 WIB 92) voorziet in vlakke tarieven voor bepaalde inkomsten. Dit betekent dat ze niet meetellen voor het progressievoorbehoud indien ze van Belgische oorsprong zijn. Indien dezelfde inkomsten echter van buitenlandse oorsprong zijn, worden zij in de wet wél meegerekend voor de toepassing van de progressieve belastingtarieven. De Belgische fiscus zal buitenlands inkomen dan fictief toevoegen bij andere Belgische inkomsten om het progressief belastingtarief op deze andere Belgische inkomsten te bepalen, het progressievoorbehoud dus. Opzegvergoedingen die in het buitenland worden toegekend en betaald komen dus niet in de afzonderlijke belasting, maar wel in de progressieve belastingschalen en dus in het progressievoorbehoud. Grensarbeiders komen zo mogelijks in een hogere belastingschaal terecht. Deze discriminatie werken we weg.

 

Pensioenvacuüm voorkomen

Tenslotte zullen werkloze grensarbeiders die hun hele carrière of een groot deel daarvan in Nederland gewerkt hebben en werkloos geworden zijn, ook na hun 65ste verjaardag recht hebben op een Belgische werkloosheidsuitkering. De problemen ontstonden door de verhoging van de pensioenleeftijd in het buitenland waardoor grensarbeiders soms in een ‘pensioenvacuüm’ vallen. Hoewel het om noodzakelijke hervormingen gaat, moeten we deze ongewenste neveneffecten wel wegwerken. Deze mensen werkten vaak hun hele leven en hebben bijgedragen aan het systeem. Door ons wetsvoorstel zullen werklozen hun uitkering kunnen behouden tot de dag dat ze recht hebben op een volledig pensioen. Dat was voorheen niet het geval. De regeling geldt ook voor uitkeringen wegens arbeidsongeschiktheid.

 

[1] HvJ 12 december 2013, C-303/12, Imfeld.

 

Belang Van Limburg, zaterdag 27.05.2017

 

De Tijd 24/05: CD&V wil dat vermogens taxshift-bis financieren

24 mei 2017